Oproep: Deelname aan PAM studie (Physical Activity and Memory)

Sanne Schagen was spreker tijdens het Borstkankersymposium  over de cognitieve klachten. Momenteel zijn collega’s van Sanne bezig met een onderzoek, genaamd de PAM studie, om te kijken wat het effect van bewegen is op het cognitief functioneren van borstkankerpatiënten (2-4 jaar na diagnose) met cognitieve problemen. Deelnemers zijn welkom vanuit het hele land. 

Indien de patiënten geschikt zijn komen ze naar het UMC Utrecht voor een aantal metingen: vragenlijsten, MRI scan van de hersenen, fietstest en bloedafname. Daarna worden de vrouwen geloot in een beweeggroep (2 uur per week kracht-en conditietraining bij een fysiotherapeut en 2 uur per week nordic/power walking) of in een controlegroep (huidig beweegpatroon aanhouden; na afloop bieden we hen een beweegprogramma aan) gedurende 6 maanden. Na 6 maanden zullen de deelnemers nog eenmaal langskomen in het UMC Utrecht voor de metingen. Op de website www.juliuscentrum.nl/pam vind je nog meer informatie over de studie.

Voor dit onderzoek zijn we nog op zoek naar deelnemers.

Oproep: Deelname aan PAM studie (Physical Activity and Memory)

Veel mensen hebben na behandeling van borstkanker last van cognitieve problemen (bijvoorbeeld geheugen- en concentratieproblemen). Momenteel is hier nog geen effectieve behandelmethode voor. De PAM-studie gaat onderzoeken of lichamelijke training cognitieve problemen kan verminderen en hoe dit dan werkt in de hersenen.

 

Cognitieve problemen

Voorbeelden van cognitieve problemen in het dagelijks leven:

  • Moeite met onthouden of concentreren.
  • Moeite om verschillende dingen tegelijkertijd te doen of onder tijdsdruk.
  • Moeite met plannen en overzicht houden.
  • Het gevoel dat meer mentale inspanning nodig is om tot een goed resultaat te komen.

 

Wat houdt deelname aan de PAM studie in?

De PAM studie duurt zes maanden. Wanneer je kiest om deel te nemen, kun je in de beweeggroep of de controle groep komen. In welke groep je komt, wordt bepaald door middel van loting.

  • Beweeggroep: vier uur sporten per week, waarvan:
    • Twee keer per week één uur training bij een fysiotherapeut in de buurt.
    • Twee keer per week één uur wandelen (Nordic of Power Walking).
  • Controlegroep: tijdens de studie niet extra sporten
    • Je krijgt na afloop van de studie een beweegprogramma aangeboden.

Aan het begin en het eind van de studie bezoek je het UMC Utrecht voor een aantal metingen. Deze bezoeken bestaan uit het invullen van een aantal vragenlijsten, het afnemen van bloed, een MRI-scan van de hersenen en een fietstest.

Meer informatie

Wil je meer weten over deze studie? Neem dan contact op met het studieteam. Zij zijn bereikbaar van op kantoortijden bereikbaar via:

Telefoon: 088 – 75 695 27 of E-mail: PAM@umcutrecht.nl

Bezoek ook de website voor meer informatie: www.juliuscentrum.nl/pam

 

Interesse?

Is de diagnose 2 tot 4 jaar geleden vastgesteld en heb je interesse om deel te nemen aan de studie? Mail dan naar PAM@umcutrecht.nl en vermeld je telefoonnummer. Of sms/whatsapp ‘Ja [Voornaam + Achternaam]’ naar 06- 26 89 44 60

 

Wel bewegen maar niet deelnemen aan de studie?

Wil je een beweegprogramma volgen maar niet deelnemen aan deze studie? Kijk dan eens op www.verwijsgidskanker.nl of volg Oncofit programma bij jou in de buurt. Oncofit is een therapeutische beweegprogramma voor, tijdens en na kanker, dat therapeutische oefeningen, fitness, gezonde voeding en leefstijl combineert.

Patiëntendokter Bob Pinedo, lid van het comité van aanbeveling van het Borstkankersymposium, in het nieuws.

Bob Pinedo is nieuwsgierig, altijd op zoek naar een oplossing voor zijn patiënten en hij geeft nooit op.

Dat maakt hem tot de grootste

patiëntendokter en kankerwetenschapper die Curaçao en Nederland kennen. In het boek ‘De ontdekkingsreis van Bob Pinedo’ wordt dit allemaal prachtig beschreven door René Steenhorst, journalist en schrijver. 22 November 2017 werd het eerste exemplaar in Den Haag door hemzelf overhandigd aan premier Mark Rutte.

Op 9 februari ontving Bob Pinedo ‘The Inspire2Live patient advocate hero of cancer award’ in Amsterdam. Vanaf het eerste uur is Bob Pinedo lid van het comité van aanbeveling van het Borstkankersymposium. Hij houdt het symposium nauwlettend in de gaten en wij zijn blij dat hij elk jaar weer zijn naam aan ons symposium wil verbinden.

Wij feliciteren Bob met The Inspire2Live patient advocate hero of cancer award. Voor wie het artikel wil lezen over een special mens en toegewijd dokter, hierbij een afbeelding van het artikel in het Antilliaans Dagblad van 26 februari 2018.

‘Nieuwe richtlijnen voor behandeling borstkanker’

Bron: Nu.nl

Naar verwachting worden de richtlijnen voor de behandeling van borstkanker in Nederland begin volgend jaar aangepast.

De aanpassing volgt op promotieonderzoek van oncoloog Birgit Vriens van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, zo maakte het ziekenhuis woensdag bekend. Ze onderzocht 201 patiënten in 21 Nederlandse ziekenhuizen.

Vriens ontdekte dat de volgorde van toediening van de verschillende soorten chemotherapie die vrouwen met borstkanker krijgen van invloed is op de uitkomst van de behandeling. Ze onderzocht de chemotherapie die vrouwen krijgen vóór een operatie.

Toediening van chemotherapie voor de operatie heeft verschillende voordelen. Als de behandeling aanslaat, wordt de tumor kleiner en kan een vrouw vaker een borstsparende operatie ondergaan.

Bij de start van de studie werden vrouwen in Nederland behandeld met het zogenoemde TAC-schema, waarbij TAC staat voor een combinatie van drie verschillende soorten chemotherapie die gelijktijdig worden gegeven in zes kuren.

In de Verenigde Staten werden vrouwen met borstkanker behandeld met het AC-T-schema, waarbij A en C gelijktijdig werden gegeven tijdens vier kuren. Daarna volgden vier T-kuren, waarmee het totaal op acht kuren kwam.

Uit onderzoek van Vriens bleek dat tumoren in de borst bij patiënten die het AC-T-schema volgden vaker volledig verdwenen was. Verder was de groep patiënten bij wie de tumor binnen vijf jaar niet terugkeerde groter bij de AC-T-groep dan bij de TAC-groep.

Dosering
Hoewel bij het AC-T-schema meer kuren nodig zijn, is de totale dosering per type chemotherapie lager, waardoor er minder kans is op bijwerkingen. Verder is de kans op haarbehoud groter.

In Nederland krijgt een op de zeven vrouwen borstkanker. Het is daarmee een van de meest voorkomende kankersoorten bij vrouwen.

Lancering website www.mannenmetborstkanker.nl op 7 oktober tijdens borstkankersymposium

Waarom deze website www.mannenmetborstkanker.nl?

Borstkanker komt ook bij mannen voor. Informatie specifiek over borstkanker bij mannen, is lastig te vinden. Veel van de informatie over borstkanker is gericht op vrouwen.De nieuwe website www.mannenmetborstkanker.nl heeft als doel de kwaliteit en toegankelijkheid van informatie voor iedereen die op zoek is naar informatie over borstkanker bij mannen te verbeteren.

Deze website kan worden gebruikt als een ‘wegwijzer’ voor patiënten, naasten, medische professionals en onderzoekers die op zoek zijn naar informatie over borstkanker bij mannen.

Lancering tijdens borstkankersymposium

Tijdens het Borstkankersymposium op zaterdag 7 oktober in Putten is er speciaal voor mannen de workshop: “Waar hebben mannen met borstkanker behoefte aan?”

Tom Bootsma, onderzoeker zal vertellen over de resultaten van het project: Optimale voorlichting en zorg voor mannen met borstkanker.

De workshop zal geleid worden door gespreksleider en ervaringsdeskundige Frans Bon.
Er is ruimte om ervaringen met elkaar te delen en vragen te stellen. Aan het eind van de workshop zal de website www.mannenmetborstkanker.nl worden gelanceerd. Meer informatie over de workshop tijdens het borstkankersymposium en inschrijven, klik hier.
Vanaf dat moment is de website online en voor iedereen te benaderen die informatie over mannen met borstkanker zoekt.

De workshop is alleen toegankelijk voor mannen die zijn behandeld voor borstkanker.


www.mannenmetborstkanker.nl is een initiatief van onderzoekers van het AVL en UMCU. De website is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met patiënten, professionals en onderzoekers en financieel mogelijk gemaakt door Pink Ribbon.

Kans op terugkeer borstkanker wordt niet vergroot door zwangerschap

Bron: MedicalFacts, Mélany Schäefers – 28 juni 2017

Zwangerschap vergroot niet de kans op terugkeer borstkanker. Dat blijkt uit een onderzoek gepresenteerd op #ASCO17 (AMERICAN SOCIETY OF CLINICAL ONCOLOGY ANNUAL MEETING)

Uit het onderzoek onder 1.200 vrouwen,  blijkt dat het hebben van een baby, na de diagnose van borstkanker, er niet voor zorgt dat de kans dat de kanker terugkomt, wordt vergroot.  Een geruststelling voor de overlevenden van borstkanker.

Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen in de fase van hun leven waarin ze kinderen kunnen krijgen. Rekening houdend met de huidige trend van op later leeftijd zwanger worden, komt borstkanker dus ook vaker voor bij vrouwen die nog niet zwanger zijn geworden maar dit wel zouden willen

Artsen en patiënten hebben zich lang zorgen gemaakt over het feit dat zwangerschap de kans op terugkeer van borstkanker zou kunnen vergroten, met name voor vrouwen met de ER-positieve vorm. Omdat ER-positieve borstkanker wordt gestimuleerd door oestrogeen, is de angst dat hormoonniveaus tijdens de zwangerschap mogelijk achtergebleven kankercellen – die na behandeling in het lichaam achterblijven – aanzetten om te groeien.

Een andere zorg met betrekking tot zwangerschap bij vrouwen met ER-positieve kanker is de noodzaak om de hormoontherapie adjuvans (na chirurgie) te onderbreken voordat je probeert zwanger te worden. Dergelijke hormoontherapie helpt terugkeer van kanker te voorkomen, en het wordt aanbevolen dat vrouwen de therapie ten minste 5 jaar en in enkele gevallen tot 10 jaar volgen.

De bevindingen uit het onderzoek bevestigen dat de wens om zwanger te worden na borstkanker, niet ontmoedigd moet worden.

“Patiënten en artsen moeten, bij de beslissing hoe lang er moet worden gewacht voor zwanger te worden, rekening houden met het persoonlijke borstkankerrisico van iedere vrouw, vooral bij vrouwen die aanvullende hormoontherapie hebben gehad.”

Voor het volledige artikel,  https://www.medicalfacts.nl/2017/06/28/zwangerschap-vergroot-kans-op-terugkeer-borstkanker-asco17/

Meer inzicht in effecten hormoonpil tamoxifen bij borstkanker

Bron: Leids Universitair Medisch Centrum

 

Borstkankerpatiënten krijgen vaak de hormoonpil tamoxifen voorgeschreven. Het is al langer bekend dat dit middel de kans op terugkeer van de ziekte sterk vermindert, maar het vergroot wel de kans op baarmoederkanker. Dr. Marjolein Droog ontdekte dat de tumoren die in het baarmoederslijmvlies ontstaan na het gebruik van tamoxifen, er op moleculair niveau anders uitzien. In de toekomst kan het risico op het ontstaan van deze tumoren door tamoxifen hopelijk worden weggenomen.

Ongeveer 75 procent van de borstkankerpatiënten heeft hormoongevoelige borstkanker. De tumor groeit dan onder invloed van oestrogeen. Dit is een hormoonsoort waar vrouwen meer van hebben dan mannen en dat daarom ook wel een vrouwelijk hormoon wordt genoemd.

Medicijn

Vaak krijgt een patiënt met hormoongevoelige borstkanker tamoxifen voorgeschreven. Dit medicijn remt de groei van borstkankercellen die na een operatie eventueel zijn achtergebleven. Hierdoor is de kans op uitzaaiingen kleiner. Net als oestrogeen bindt tamoxifen aan de zogenoemde oestrogeenreceptor van borstkankercellen, legt Droog uit. “Wanneer oestrogeen aan deze receptor bindt, gaat de tumor groeien. Maar wanneer tamoxifen hieraan bindt, gebeurt dat niet. Tamoxifen verdringt oestrogeen van de receptor en zorgt er op die manier voor dat de groei van borstkanker geremd wordt.”

Voorspellen

Oestrogeenreceptoren komen niet alleen voor in het borstweefsel, maar ook op andere plekken in het lichaam, zoals in de botten, de hersenen en het baarmoederslijmvlies. Tamoxifen heeft op sommige plekken gunstige bijwerkingen, zo beschermt het de botten tegen botontkalking. Maar een nadeel van tamoxifen is dat het de kans op kanker van het baarmoederslijmvlies (endometriumkanker) vergroot. “Die kans wordt pas groter wanneer een vrouw twee jaar of langer tamoxifen gebruikt”, zegt Droog.
Vanwege dit risico zou het fijn zijn als voorspeld kan worden welke patiënten meer kans hebben op deze vorm van baarmoederkanker. “Daarvoor is er nu nog te weinig bekend over hoe gebruik van tamoxifen kan leiden tot baarmoederslijmvlieskanker. En we begrijpen ook nog niet goed hoe het komt dat tamoxifen de kans op baarmoederslijmvlieskanker vergroot, terwijl het juist beschermt tegen hormoongevoelige borstkanker.”

Verschillen

Droog ontdekte op moleculair niveau wel verschillen in baarmoederslijmvliestumoren van vrouwen die tamoxifen kregen voorgeschreven, en vrouwen die dit medicijn nooit gebruikten. “Hopelijk wordt het met meer van dit soort kennis in de toekomst mogelijk om te voorspellen welke patiënt een grotere kans op baarmoederkanker heeft.”

Gericht beïnvloeden

Droog hoopt dat het in de toekomst ook mogelijk wordt om de activiteit van de oestrogeenreceptor weefselspecifiek te beïnvloeden. Dan kan de werking ervan in de cellen in de borst worden geremd zonder de kans op baarmoederkanker te verhogen.

Vragen

Heeft u vragen over het gebruik van tamoxifen, bespreek deze dan met u arts of kom op 7 oktober naar het borstkankersymposium en bezoek de workshops over hormoontherapie.

Marjolein Droog promoveerde op 8 juni 2017 bij prof. dr. J.J.C. Neefjes (LUMC) en dr. W.T. Zwart (NKI) op het proefschrift The Effects of Breast Cancer Therapy on Estrogen Receptor Signaling Throughout the Body.

Borstkanker ontstaan in de melkklieren vraagt om specifieker behandelprotocol

24 maart 2017: Bron: NU.nl


Wilfred Truin, chirurg-oncoloog vergeleek de behandelwijze van twee typen borstkanker met elkaar.
De meeste tumoren ontstaan in de zogeheten melkgangen, die samenkomen in de tepel, het ductaal type. Ongeveer 15 procent van de gevallen betreft het een gezwel dat ontstaat in de melkklieren, ook wel het lobulair type genoemd. Uit de analyse van Truin – waarbij hij medische gegevens van 150.000 patiënten bekeek – bleek dat er bij het lobulair type aanzienlijk vaker wordt gekozen voor een borstamputatie. Bij het lobulair type is het lastiger te bepalen hoe groot de tumor is. Een borstsparende ingreep geeft dan een groter risico is op het achterblijven van tumorweefsel.

Behandeling bij borstkanker

In veel gevallen wordt er een voorbehandeling met chemotherapie toegepast om de tumor te verkleinen, waardoor een borstsparende operatie eenvoudiger uit te voeren is. Uit het onderzoek blijkt echter dat vrouwen met een lobulair type tumor minder goed op de chemotherapie reageren dan vrouwen met het ductaal type.
“Dat kan een aanleiding zijn voor chirurgen om eerder voor een borstamputatie te kiezen”, zegt Truin. Ook na een operatie lijkt chemotherapie niet van toegevoegde waarde om de levensverwachting te verbeteren. Die conclusie trekt hij na onderzoek bij postmenopauzale vrouwen die naast hormoontherapie ook chemotherapie kregen. Bij het meer voorkomende ductaal type borstkanker blijkt toevoeging van chemotherapie aan hormoontherapie wel effect te hebben.

Verschillen in de behandeling

Er zijn dus verschillen in de behandeling van borsttumoren ontstaan in de melkgangen of in de melkklieren, ondanks hetzelfde behandelprotocol. Volgens Truin is er nog vervolgonderzoek nodig voordat de richtlijnen worden toegepast.

“We willen toe naar een specifieker behandelprotocol, voor een zo groot mogelijke effectiviteit van therapie. Om bijvoorbeeld overbehandeling te voorkomen is het noodzakelijk om duidelijk in kaart te brengen wat de gevoeligheid van de tumor is voor chemotherapie. Het is daarom van uiterst belang dat we eerst bepalen welke behandelingen wel of geen meerwaarde hebben.”