24 maart 2017: Bron: NU.nl


Wilfred Truin, chirurg-oncoloog vergeleek de behandelwijze van twee typen borstkanker met elkaar.
De meeste tumoren ontstaan in de zogeheten melkgangen, die samenkomen in de tepel, het ductaal type. Ongeveer 15 procent van de gevallen betreft het een gezwel dat ontstaat in de melkklieren, ook wel het lobulair type genoemd. Uit de analyse van Truin – waarbij hij medische gegevens van 150.000 patiënten bekeek – bleek dat er bij het lobulair type aanzienlijk vaker wordt gekozen voor een borstamputatie. Bij het lobulair type is het lastiger te bepalen hoe groot de tumor is. Een borstsparende ingreep geeft dan een groter risico is op het achterblijven van tumorweefsel.

Behandeling bij borstkanker

In veel gevallen wordt er een voorbehandeling met chemotherapie toegepast om de tumor te verkleinen, waardoor een borstsparende operatie eenvoudiger uit te voeren is. Uit het onderzoek blijkt echter dat vrouwen met een lobulair type tumor minder goed op de chemotherapie reageren dan vrouwen met het ductaal type.
“Dat kan een aanleiding zijn voor chirurgen om eerder voor een borstamputatie te kiezen”, zegt Truin. Ook na een operatie lijkt chemotherapie niet van toegevoegde waarde om de levensverwachting te verbeteren. Die conclusie trekt hij na onderzoek bij postmenopauzale vrouwen die naast hormoontherapie ook chemotherapie kregen. Bij het meer voorkomende ductaal type borstkanker blijkt toevoeging van chemotherapie aan hormoontherapie wel effect te hebben.

Verschillen in de behandeling

Er zijn dus verschillen in de behandeling van borsttumoren ontstaan in de melkgangen of in de melkklieren, ondanks hetzelfde behandelprotocol. Volgens Truin is er nog vervolgonderzoek nodig voordat de richtlijnen worden toegepast.

“We willen toe naar een specifieker behandelprotocol, voor een zo groot mogelijke effectiviteit van therapie. Om bijvoorbeeld overbehandeling te voorkomen is het noodzakelijk om duidelijk in kaart te brengen wat de gevoeligheid van de tumor is voor chemotherapie. Het is daarom van uiterst belang dat we eerst bepalen welke behandelingen wel of geen meerwaarde hebben.”